|
De school volgt – met ondersteuning van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) - alle kleuters vanaf de eerste kleuterklas. Daarbij gaat aandacht naar alle aspecten van de ontwikkeling. Wil je wat meer weten over dit opvolgen van de ontwikkeling, kijk dan even bij deze vraag. Over schoolrijpheid wordt een woordje uitleg gegeven in een aparte vraag.
Het is niet zo dat een kleuter van het ene moment op het andere 'schoolrijp' wordt. Scholen proberen dan ook de overgang van de kleuter- naar de lagere school zo soepel mogelijk te laten verlopen. Zo kan bijvoorbeeld een kleuterleerkracht van de derde kleuterklas al wat taakjes geven die iets meer concentratie en doorzetting vragen. Aan de andere kant kan de leerkracht van het eerste leerjaar de klasruimte en de activiteiten zo organiseren dat een kind ook nog wat 'kleuter' kan zijn.
In de loop van de derde kleuterklas worden in nogal wat scholen 'testjes' afgenomen door de leerkracht, zorgleerkracht en soms door het CLB. De bedoeling is kinderen met leer- en ontwikkelingsachterstanden opsporen en nagaan of de kleuters al dan niet klaar waren om te starten met lezen, rekenen en schrijven in de lagere school.
De waarde van zulke testjes mag niet overschat worden. Ze zijn enkel een aanvulling op het beeld dat van de kleuter ontstaan is gedurende de hele kleuterloopbaan.
De meeste scholen hebben goed kleutervolgsysteem waarmee alle aspecten van een kind in kaart gebracht worden: de sociale, emotionele, verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling.
Meestal bevestigen testjes de vermoedens die de leerkracht heeft op basis van dagelijkse observatie en omgang met het kind.
Kinderen met moeilijkheden of kinderen waarbij twijfels bestaan over de overgang naar het eerste leerjaar, zijn nagenoeg altijd al vroeger opgevallen. De school en het CLB hebben dit dan al met jou besproken.
Voor deze kinderen kan verder onderzoek zinvol zijn. Wanneer de school en het CLB dit bij jouw kleuter zinvol vinden, zullen ze daarover met jou overleggen.
Als er in de school van jouw kleuter geen testjes worden afgenomen, mag je er op vertrouwen dat de school in de loop van de kleuterjaren ook een goed beeld heeft gekregen van je kind. In de derde kleuterklas heeft de leerkracht extra aandacht voor de voorbereiding en ontwikkeling van schoolse vaardigheden. Zij/hij kan daarbij ondersteuning vragen van de zorgcoördinator op school en bij twijfel kan zij/hij overleggen met het CLB.
Wanneer je je als ouder zelf zorgen maakt over de ontwikkeling van je kind of meent dat het kind een aantal vaardigheden nog niet of onvoldoende beheerst, is het zinvol contact op te nemen met de kleuterleerkracht of de zorgcoördinator van de school. Zij kunnen je informatie geven. Als je ongerustheid blijft, kan je contact opnemen met het CLB.
Het CLB-team zal je helpen bij het zoeken naar de beste aanpak voor uw kind. Zij kijken in de eerste plaats naar het kind:
- heeft het al voldoende zin om aan de slag te gaan met lezen, rekenen en schrijven?
- Hoe zit het met de ontwikkeling van het kind? De ontwikkeling omvat veel meer dan rekenen, schrijven en lezen.
- ...
Verder luisteren ze goed naar het verhaal van de ouders: zij voelen meestal goed aan of hun kind klaar is voor het lager onderwijs. Ze kunnen goed inschatten of een kind nog erg speels is of niet.
In de derde plaats houdt het CLB rekening met de mening van de leerkracht. Uit onderzoek blijkt dat de kleuterjuf zeer goed kan inschatten of een kind 'schoolrijp' is.
Verder biedt het kleuter-volgsysteem van de school interessante informatie over de ontwikkeling van uw kind.
Deze zaken worden door de CLB-medewerker met jou besproken en eventueel gebeurt er ook een test bij je kleuter. Zo'n test kan de andere gegevens bevestigen.
Steeds zoekt het CLB samen met de ouders naar wat de beste ontplooiingskansen biedt voor jouw kleuter.
Let op, een vrij nieuwe voorwaarde om naar het Nederlandstalige eerste leerjaar te gaan is ook dat de kleuter in het voorafgaande schooljaar voldoende in de Nederlandstalige kleuterschool aanwezig is geweest. Voor een kind dat zes wordt in het jaar waarin het naar het eerste leerjaar gaat, zijn dat 220 halve dagen. Een vijfjarige (vervroegd naar eerste leerjaar) was verplicht minstens 185 halve dagen aanwezig. Wanneer de kleuter niet aan deze voorwaarde voldoet, kan hij een taalproef afleggen. Om naar het eerste leerjaar te mogen, moet hij daarvoor geslaagd zijn. De school kan je hier meer over vertellen. Je kan ook hier informatie vinden.
|