|
We willen hier eerst een onderscheid maken tussen kleuters die net instappen op school en kleuters die al een tijd zonder problemen naar school gaan, maar die daar plots moeite mee hebben.
Bij de eerste groep – de instappertjes – herkennen we moeilijkheden die gepaard gaan met de aanpassing aan het schoolleven. De kleuters zijn in die periode hangerig, soms bang om naar school te gaan, huilen bij het afscheid, slapen minder goed,… Dergelijke aanpassingsperiode is normaal en duurt bij de ene kleuter langer dan bij de andere. Een periode van enkele weken is niet abnormaal. Bij sommige kleuters duiken deze verschijnselen pas op na een tijdje. De eerste dagen op school is alles nieuw en spannend; de kleuter is als het ware overrompeld door al die indrukken. Pas na een tijdje uiten ze de spanning die dat meebrengt.
Als ouder kan je je kind door die aanpassingsperiode heen helpen. Probeer van het afscheid een vast ritueel te maken dan weet je kind waar het aan toe is. Neem effectief afscheid – verdwijn niet stilletjes – maar laat het niet te lang duren en probeer kordaat te zijn. Laat je kleuter ook duidelijk weten wie hem weer ophaalt. Spreek met de leerkracht af hoe jullie reageren wanneer je kleuter huilt of zich aan je vastklampt. Het is niet eenvoudig om als ouder je huilende kleuter achter te laten. Tracht zelf door te bijten en ga niet terug anders wordt het voor je kind nog onduidelijker (“Komt mama dan toch terug?”). Meestal stoppen kleuters wel met huilen kort nadat de ouders afscheid hebben genomen. Om de periode op school te overbruggen, hebben veel kleuters steun aan een knuffel of speelgoedje van thuis. Kleuterleerkrachten begrijpen dat wel. Soms vragen ze zelfs voor elke kleuter een foto van “thuis”. Tenslotte kan je eigen houding de aanpassing van je kleuter beïnvloeden. Als je een positieve houding hebt ten aanzien van de school en vertrouwen hebt in de leerkracht, zal je kleuter dit aanvoelen en sneller vertrouwd raken met deze nieuwe situatie.
Hou er rekening mee dat een kleuter die al een tijdje aan de school gewend is, wel eens een terugval kan krijgen. Sommige kinderen hebben het weer even moeilijk na een periode thuis (vakantie of ziekte), anderen zijn net vóór een vakantieperiode heel moe en vervallen dan terug in dat aanpassingsgedrag.
Wanneer je vragen hebt, kan je bij de kleuterleerkracht terecht. Zij/hij kan vertellen hoe je kleuter het doorheen de dag stelt en je concrete tips geven over het omgaan met de aanpassingsproblemen.
Sommige kleuters blijven het moeilijk hebben. Ze zijn misschien nog niet toe aan school, nog niet ‘schoolrijp’. Zij hebben wellicht deugd aan een langere periode thuis of in de voorschoolse opvang. Je kan hierover ook praten met de school of met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).
Bij kinderen die al een tijd school lopen, maar plots met tegenzin gaan of wenen bij het afscheid, zijn deze problemen wellicht een signaal. Ga samen met de school op zoek naar mogelijke oorzaken. Voelt het kind zich goed in de klasgroep? Heeft het vriendjes? Verveelt het zich niet? Wordt er niet te veel van hem verwacht? Kan het kind zich goed uitdrukken? Mogelijk ligt een verklaring niet op school zelf maar in de thuisomgeving, bijvoorbeeld een nieuwe baby (die de hele dag thuis mag blijven!), ziekte van één van de ouders (voor papa willen zorgen), echtscheiding (angst dat mama ook zal weggaan terwijl het kind op school is). Ook een grotere kleuter die moeite heeft met schoollopen, is dus niet ‘flauw’ maar heeft nood aan begrip en steun.
|